DICHTER

In januari 1908 debuteerde de net 18 jaar oud geworden Johan Borgman als dichter in het literaire tijdschrift 'Europa' van Johan de Meester, met het gedicht 'De dood is nabij: de nacht is daar'. Er volgden meer publicaties van zijn gedichten in literaire tijdschriften, zoals onder meer in 'De Nieuwe Gids' van Willem Kloos. In 1912 verscheen zijn dichtbundel ‘Verzen’ bij uitgeverij Van Dishoeck in Bussum. Exemplaren van deze bundel zijn onder meer te vinden in collecties van de Universiteitsbibliotheken van Groningen, Nijmegen en Amsterdam, bij het Gelders Archief in Arnhem, de Koninklijke Bibliotheek en het Letterkundig Museum in Den Haag.

Het Letterkundig Museum heeft in haar collectie tevens over de originele handschriften van zijn gedichten, enkele foto’s van de jonge dichter Borgman en delen van correspondentie met onder meer Willem Kloos, P.C. Boutens, Willem Moll, Leo Simons, Van As, F. Bastiaanse, A. Delen, Jan Greshoff, Jan Toorop en W.H. Werkman.

De afdeling ‘bijzondere collecties’ van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam bezit een brief van Borgman aan Albert Verwey van 8 augustus 1909 alsmede negen brieven van Borgman aan Frederik van Eeden uit de periode januari - maart 1915 en augustus – november 1919.

In 1910 publiceerde de 20-jarige Johan Borgman onder het pseudoniem 'Yszon' een bescheiden boekje met proza bij uitgeverij 'Meindert Boogaerdt Jun.' in Zeist onder de titel 'Doods-schaduwen en Lichtlijnen'. Een exemplaar hiervan is te vinden in de collectie Johan Borgman bij het Gelders Archief in Arnhem.